Flinke groei buitenlandse overnachtingen in Overijssel

In 2016 brachten buitenlandse toeristen 892.000 nachten door in Overijssel. Dat is een toename van 50% vergeleken met 2014, toen 591.000 buitenlandse overnachtingen werden genoteerd. Dat blijkt uit een analyse van de cijfers van het CBS door MarketingOost.

De groei van het aantal buitenlandse overnachtingen is vooral toe te schrijven aan Duitsers. In twee jaar tijd is het aantal overnachtingen door Duitse toeristen met ruim 65% toegenomen tot 473.000. Dat is ruim de helft van het totaal aantal overnachtingen door buitenlandse gasten. “Op diverse campings in met name het Vechtdal en Twente verwelkomen de campingeigenaren het aankomend Paasweekend aanzienlijk meer Duitse dan Nederlandse gasten”, aldus Henk van Voornveld, directeur van MarketingOost.

België
Een andere groeimarkt is België en met name de toerist uit Vlaanderen. In twee jaar tijd is het aantal overnachtingen in Overijssel door Belgen gestegen met bijna 40% tot 186.000. In totaal bezochten meer dan twee miljoen Belgen ons land in 2016 en de prognose is dat dit aantal de aankomende jaren blijft stijgen. Van Voornveld: “Het aantal binnenlandse gasten stagneert. Met name Duitsland en België zijn kansrijke markten voor de vrijetijdseconomie in Overijssel. Dichtbij, goed bereikbaar en met een enorm volume. Daarom werken we nauw samen met het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC), om Overijssel binnen deze groeimarkten als aantrekkelijke bestemming te promoten.”

Meer banen
De toename van het aantal bezoekers levert een positieve bijdrage aan de Overijsselse werkgelegenheid. In de afgelopen vier jaar is het aantal banen binnen de sector Recreatie & Toerisme gestegen met 6,5% tot ruim 34.000. Dat blijkt uit cijfers van LISA. De sector levert daarmee een flinke bijdrage aan de totale werkgelegenheid in Overijssel, die in dezelfde periode met ‘slechts’ 0,2% is gestegen.

HHC leeft nog

HARDENBERG – De zijden draad waar HHC aan hing is nog niet geknapt. De Hardenbergers wonnen zaterdag met 1-0 van middenmoter Barendrecht. Aan de ene kant een opmerkelijke uitslag, omdat de Barendrechters lieten zien dat ze technisch meer in hun mars hebben en makkelijker kunnen voetballen dan  de Hardenbergers. Maar aan de andere kant was zichtbaar dat HHC voor zijn laatste kans vocht terwijl Barendrecht weinig te winnen had.

Het strijdplan van HHC was eenvoudig: Barendrecht het spel laten maken maar geen kansen weggeven en zelf met snelle tegenaanvallen proberen te scoren. Dat laatste lukte één keer goed, wat meteen voldoende was voor de overwinning.

Tijd voor het Wilhelmus

HEEMSE – De oproep van CDA-voorman Buma om kinderen weer het Wilhelmus te leren op school en ze dat staande te laten zingen, zal weinig weerklank vinden in Heemse. Daar kennen ze het oudste volkslied ter wereld wel, zowel het eerste als het zesde couplet. En staande zingen gebeurt ook al.

Vorige week dinsdag bijvoorbeeld, op 11 april. Die dag wordt jaarlijks de bevrijding van Heemse gevierd bij het borstbeeld van verzetsman Frits de Zwerver en de gedenksteen voor de omgekomen verzetsmannen Arends, Bolks en Scheffer. Leerlingen van groep 7 van de Doekesschool en De Vlinder hebben het monument geadopteerd en verzorgen om beurten de herdenking, samen met Plaatselijk Belang Heemse. Er werden zelfgemaakte gedichtjes voorgedragen, er werden kransen en bloemen gelegd en het Vredeslied werd gezongen.

Na afloop van de plechtigheid vertelde dominee Jan Slomp, de zoon van Frits de Zwerver, in de Doekesschool over belevenissen uit zijn kinderjaren in Heemse.

Goed en slecht

De Amerikaanse honkballegende Yogi Berra was net als Johan Cruyff niet alleen een grootheid in zijn sport, hij wist gelijk het Nederlandse orakel uit Amsterdam zulke vreemde wijsheden uit te kramen, dat men ze drie keer moest horen voordat ze begrepen werden. Als ze al begrepen konden worden. Maar eentje is blijven hangen, omdat hij klopt: It ain’t over till it’s over (het is pas voorbij als het afgelopen is). Aan die wijsheid klampen de voetbalsupporters van HHC uit Hardenberg zich maar vast.

Het gaat slecht met de Hardenbergers, daarover hebt u vorige week op deze plek al iets kunnen lezen. De wedstrijd tegen FC Twente de zaterdag daarvoor was vrij dramatisch. Maar als je dan leest dat de supporters een gratis busreis krijgen aangeboden naar de volgende uitwedstrijd in Arnhem, denk je dat de spelers het begrepen hebben. Helaas was het geen goedmakertje van het team maar van de club. Als je in de belangrijkste wedstrijd van het jaar niet van pure wilskracht het gras opvreet, maar je een beetje tam naar de slachtbank laat leiden, dan mag je toch verwachten dat de spelers, zoals in het profvoetbal wel vaker gebeurt, uit schaamte voor hun spel de trouwe supporters belonen. Nou verdienen de HHC’ers geen profsalaris, maar vier tientjes de man moeten er toch af kunnen voor een bus en een gehaktbal voor onderweg. Dan laat je zien dat je de wekelijkse ondersteuning ook echt waardeert.

Waar het niet slecht mee gaat is de Hardenberger middenstand. Tenminste, dat wil men ons doen geloven. Overal nieuwe winkels of vernieuwde oude winkels, nieuw elan, nieuwe ideeën, aangejaagd door een centrummanager. Blijkbaar hebben de lokale winkeliers af en toe een schop onder hun achterste nodig om met frisse plannen te komen. Die er best wel inzitten, maar ze moeten even aangeslingerd worden. En nu de kopers nog. Van de oudere generatie moeten ze het niet zozeer hebben. Boerin Mina Oldehinkel uit Collendoorn vertelt dat in het boek Vooruitboeren van de IJsselacademie: “In het begin waren we arm. Later waren we niet gewend om voor onszelf geld uit te geven. Wat moest dat moest en meer niet. Dat spijt mij achteraf wel.” Die generatie heeft niet geleerd geld te laten rollen. Jongeren hebben daar minder moeite mee. In de eerste plaats omdat de meesten niet zelf arm zijn geweest en in de tweede plaats omdat ze wel aan zichzelf denken. De horeca in de grote steden merkt dat. In dagblad Trouw stond enkele weken geleden een verhaal over hoeveel geld wekelijks wordt uitgegeven door studenten en jongeren die net op de arbeidsmarkt zijn verschenen. Aan hippe koffietenten, aan afspraakjes met vrienden in een eetcafé, aan eten buiten de deur. De student gaf het minste uit, maar nog altijd 50 euro per week aan cappuccino’s en hapjes. Als dat gedrag langzamerhand ook Hardenberg verovert, hebben de compagnons Binnenmars en Eggengoor het goed geschoten door La Place over te nemen en daar de hippe horecazaak BLIJ van te maken. Hopelijk blijkt dat over een paar jaar nog een goede naam te zijn.