Mokkende marketeers

Soms lijkt het alsof mensen ten hemel zijn opgestegen zonder dat ze overleden zijn.
Vorige week was dat het geval, met het afscheid van Edwin Evers. Geen afscheid van het leven, niet van het werk maar van een populair radioprogramma.

En niet alleen van hem, maar ook van zijn programma-maatjes. Waarbij eentje wel erg duidelijk liet zien dat hem dat verdroot. De bezorgbus van Jumbo moest zo’n beetje elk half uur langskomen om een nieuwe lading tissues te brengen. Niks mis mee overigens dat de beste man zijn emoties toonde, want dat kan ook bij een droevige film, een meeslepend boek, een zielig verhaal of de domme fantasie over de vraag of ze bij je eigen verscheiden gaan dansen of wenen. Niet exclusief voorbehouden aan vrouwen.

Maar degenen die écht zouden moeten huilen zijn de marketeers van de gemeente Hardenberg. Die zullen niet makkelijk een tweede Evers vinden, iemand die Hardenberg positief voor het voetlicht brengt en dat met een kleine kwinkslag of knipoog.

De makers van het Hardenbergs afscheidsfilmpje hebben het wel in zich, want zij lieten onder meer zien dat je hier, richting Siberië, echt niet meer met een speer het bos in hoeft te rennen als je vlees op je bord wilt hebben. Alleen hebben ze geen groot publiek zoals Evers dat had.

En hoe moet dat nou met HHC Hardenberg? Op dit moment kent half Nederland de naam, ook degenen die geen voetballiefhebber zijn. Wil je die bekendheid houden dan moet je eerst kampioen van de Tweede Divisie worden, maar dan bereik je alleen nog maar de volgers van het spel. Wil je Hardenberg definitief op de kaart zetten dan moet je op den duur maar de Champions League winnen, zoals in het filmpje te zien was.

Zouden al die Hardenbergers die bij het afscheid van Edwin betrokken waren wel begrijpen, dat hij hen – door te stoppen – eigenlijk met een flinke hoop werk en een grote onkostenpost heeft opgezadeld? Of hij moet straks (bij Radio 10?) een format vinden waarbij hij iets heel nieuws doet en toch ambassadeur van Hardenberg blijft. Doe dat laatste maar.