Sportverkiezing 2.0

Hardenberg gaat sleutelen aan de jaarlijkse sportverkiezing. Mooi evenement, waarbij we de lokale sporters in het zonnetje zetten, maar we bereikten maar een beperkte groep mensen, vindt wethouder Martijn Breukelman. Dat moet dus anders.
Je zou ook gewoon kunnen stoppen, want waarom kiezen we niet de muzikant van het jaar of de creatieveling van het jaar. Maar dat gaat niet gebeuren: het wordt een sportverkiezing 2.0. Hoe dat eruit gaat zien is bijna niet uit te leggen.

Tweemaandelijks een topper in het zonnetje zetten met daarnaast iemand uit dezelfde tak van sport die geen topper is maar die iets bijzonders heeft gedaan. Wat dan? Bijvoorbeeld iemand die Nederlands heeft leren praten door te sporten, zegt de gemeente. Dus je gaat als Soedanees een potje voetballen bij HHC en binnen de kortste keren spreek je Nederlands. Bijzonder, dat verdient een vetleren medaille.
En dan kan iemand met een beperking die wat heeft gepresteerd ook eens een keer een prijs krijgen, gaat de gemeente verder.
Een verkeerde opmerking, want kijk maar naar Karin van der Haar (paravolley) en Arnoud Nijhuis (paracycling). Beiden al enkele keren genomineerd voor sporter van het jaar.

Geen jaarlijkse sportverkiezing dus, maar zes keer per jaar. Iedereen mag lokale sporters of sportteams nomineren waarna een jury een keus maakt. Met als doel andere inwoners van Hardenberg, vooral jongeren, aan het sporten te krijgen. Je denkt dan meteen dat de sporters wel gebruikt zullen worden voor allerlei gezondheidsplannen of anti-obesitas programma’s en jawel, dat is ook zo. De sportverkiezing nieuwe stijl wordt gekoppeld aan het gemeentelijk gezondheidsprogramma Gewoon Gezond. Daarin aandacht voor gezonde voeding en meer bewegen. O ja, en het is ook sociaal. Sport heeft een belangrijke sociale functie, denkt de gemeente.

Maar cijfers van verleden jaar laten zien dat de top 5 van de sporten die beoefend worden individuele of ongeorganiseerde sporten zijn: fitness (meer dan 3 miljoen beoefenaars), wandelen, zwemmen, hardlopen en fietsen. En die volgorde is al jaren vrijwel onveranderd. Dat van die sociale functie moeten we dus maar met een flinke korrel zout nemen.

En heeft dat project voor topsporters en sporttoppers ook een naam? Jazeker, het heet in de sportlights. Da’s nog eens leuk bedacht!

Dat had maar zo de titel van een gedicht van Lévi Weemoedt over sport kunnen zijn:

‘k Was ied’re wedstrijd weer de droefste van het veld
en
liep neerslachtig wat van achteren naar voren.
Er was geen grasspriet of ik had hem al geteld,

En ‘k wist bij god niet of we wonnen of verloren.



Alleen bij toeval raakte ‘k in het spel betrokken:

Soms kreeg een tegenstander plots de slappe lach
Als hij mijn broek zag, tot de schouders opgetrokken;

Ik liep intussen snikkend naar de cornervlag.



Daar gaf ‘k wanhopig zó een trieste draaibal voor

(die met een laatste zucht in ’t struikgewas bleef hangen)
dat ied’reen weghinkte, zich kermend liet vervangen.

Ook van de tegenstander bleek ineens geen spoor.



Dan blies de scheidsrechter met zó veel doodsverlangen
de wedstrijd af. Alleen mijn tranen speelden door.